Installatie handleiding

 

 

Veiligheid

·        Voorkom ten allen tijde direct contact met het additief via huid, ogen of mond. Gebruik altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril bij werkzaamheden of onderhoud aan de valvecare unit.

Indien het additief in contact komt met de ogen kan dit irritatie opwekken. In dit geval 10 tot 15minuten spoelen met water en contact opzoeken met een arts.

Indien het additief in contact komt met de huid kan dit irritatie opwekken. In dit geval de huid goed wassen met zeep en spoelen met grote hoeveelheden water. Zoek contact met een arts als de irritatie niet afneemt.

Indien het additief wordt ingeslikt mag u geen braken opwekken. De mond spoelen met water en 2 tot 4 bekers met water drinken. Zoek daarna direct contact op met een arts.

·        Gebruik dit toestel enkel voor de voorgeschreven additieven

·        Neem bij installatie in het buitenland de geldende nationale voorschriften in acht.

·        Doseerpomp en randapparatuur mogen alleen door vakkundige en bevoegde personen worden geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd.

·        Bij het aansluiten of afkoppelen van de elektrische bedrading, steeds de spanning uitzetten door de batterij van het voertuig af te koppelen.

·        Montage van Valve Care doseertoestellen met vreemde onderdelen, die niet door AGC worden gecontroleerd en geadviseerd, is niet toegestaan en kan materiële schade tot gevolg hebben, waarvoor wij niet aansprakelijk gesteld kunnen worden.

 

1   Monteer het doseertoestel in het voertuig:

- Plaats het doseertoestel in een verticale positie

- Monteer deze in de kofferbak of in het motorcompartiment op een plaats waar de temperatuur het minst hoog kan oplopen max. 80°C (vooraan in het motorcompartiment waar de rijwind het doseertoestel kan afkoelen).

 

 

2      Het doseertoestel aansluiten:

- Let op: in deze gasleiding zit gas, zeker in de vloeibare gasfase dient men uiterst voorzichtig te zijn. Deze handeling moet op een vakkundige manier gebeuren, en mag enkel door bevoegde personen worden uitgevoerd. (bijv. laat de motor draaien op LPG en ontkoppel de tankafsluiterspoel, laat de motor draaien totdat de LPG leiding leeg is.

- Koppel de min-aansluiting van de accu los!!

- Maak via een koper leiding diam. 6mm een verbinding tussen doseertoestel en het te plaatsen T-stuk (injectiepunt) in de LPG leiding.

o       A: doseren in vloeibare gasfase (zie fig. A)

o       B: doseren in gasfase (zie fig. B)

 

 

- Sluit de elektrisch bekabeling van het doseertoestel aan zoals is aangeven op de schets fig. 2

  

3   Vullen van het ontluchtingsreservoir

-         Plaats een speciaal hiervoor ontworpen ontluchtingsreservoir op de pomp.

-         Verwijder het opsluitdopje op het ontluchtingsreservoir.

-         Vul het ontluchtingsreservoir met Valve-Care additief tot aan de aanduiding “max.level”, en plaats het afdekstopje om later te kunnen ontluchten.

 

4   Het doseertoestel instellen en ontluchten:

        4.1.  Computer aansluiten (let op de juiste volgorde)

- Belangrijk: let op dat de voedingsspanning van uw gasinstallatie nog steeds is afgekoppeld, of dat de gasafsluiter op uw gastank nog steeds is dicht gedraaid.

- Bij uw eerste installatie: installeer het installatie programma “AGC Vallve Care Wizard” op uw computer, u kan deze downloaden vanaf de webside  www.prins.eu

-Sluit de min-aansluiting weer aan op de accu. Zet het contact aan, de stappenmotor zal 2 sec. na het aanbrengen van de voedingspanning, 3 sec. bewegen (is voelbaar en hoorbaar), dit geeft aan dat de doseerpomp klaar is om te worden geprogrammeerd

-Maak met de Valve-Care RS232 verbindingskabel een verbinding tussen computer en het doseer-toestel. (Let op: deze kabel alleen maar aansluiten als er spanning op de pomp aanwezig is)

-Start het programma "AGC ValveCare Wizard" op uw computer.

-Een wizard zal u begeleiden bij het ontluchten en het instellen van de juiste parameter.

 

        4.2. Ontluchten van het doseertoestel:(stap 1)

-Maak de gasleidingen aan het additieven-injectiepunt (T-stuk) los, en plaats hieronder een opvangbakje om de additieven bij het ontluchten op te vangen.

- Kies op uw computer stap1 van de Wizard en druk op de knop "Ontluchten". Hierbij begint de doseerpomp te pompen en zal automatisch stoppen bij laag vloeistofpeil.

- Opgelet: de pomp kan nog niet werken omdat er nog lucht in de pomp aanwezig is, deze dient eerst te worden weggedrukt met perslucht.(+/- 3 bar tot max. 8 bar persluchtdruk).

- Let op: Er mag maar een beetje vloeistof worden weggedrukt, zodat men nog steeds de vloeistof kan zien in de ontluchtingsreservoir.

 

 

- Gebruik bij het ontluchten een veiligheidsbril voor het eventueel opspatten van de Valve Care vloeistof.

- Breng een persluchtpistool boven aan de ontluchtingsreservoir en blaas met perslucht in het gaatje, zodat de Valve Care vloeistof door de pomp wordt doorgedrukt naar het injectiepunt.

- De overige vloeistof zal door de pomp worden weggepompt tot niveau laag vloeistofpeil. (dit wegpompen kan +/- 20 min duren afhankelijk van de hoeveelheid weg te pompen vloeistof)

- De software op uw computer zal aangeven dat de ontluchtingsprocedure met succes is voltooid.

 

4.2.  Het inbrengen van de juiste parameters:

-Open stap 2 van de Wizard en geef de volgende gegevens in: RC-waarde, aantal cilinder en kleur van gasinjector

-Voor de nodige gegevens, raadpleeg het Prins VSI diagnose programma.

-De Wizard zal een getal berekenen dat er voor zal zorgen dat de additieven met een verhouding van 1/1280 zal worden toegevoegd.

-Stuur de gegevens naar het doseertoestel, de Wizard zal aangeven dat de programmering met succes is uitgevoerd.

 

5  Het doseertoestel gebruiksklaar maken:

- Ontkoppel de RS232 verbinding naar de computer.

- Koppel de gasleidingen terug aan het injectiepunt (T-stuk).

- Verwijder het ontluchtingsreservoir.

- Breng een nieuwe vulling aan. (zie gebruikers handleiding art. 7)

- Maak de elektrische verbinding van de gasinstallatie terug in orde, en/of open de gasafsluiter op de gastank.

- Laat de motor op gas draaien en controleer de gas- en additieven leiding op eventuele lekkage.